Terug naar NIeuWS

SFYN Portret

SFYN Portret: Roos Konings

Gepost:
2.19.2026
Locatie:
De Beleving
Door:
SFYN Portret

Wildplukker Roos: “Ik denk niet dat we beter voor de natuur gaan zorgen als we er ver van af moeten blijven.”

Roos Konings (29) is eigenaresse van Roos van Kroos, waar ze wildplukwandelingen en natuureducatie organiseert. Ze werkte jarenlang in foodtrucks op festivals, studeerde plantenwetenschappen en leerde de “groene waas” om haar heen lezen als een landschap vol ingrediënten.

In 2019 volgde ze de SFYN Academie. De eerste vier jaar draaide haar onderneming grotendeels op het SFYN-netwerk. Inmiddels bloeit haar onderneming: met een groep jonge begeleiders, verdiepende jaarcursussen en de droom van een zorgtuin waar mensen kunnen landen tussen kruiden en oud graan.

“Ik had m’n hele leven gedacht dat eikels giftig waren. Toen dacht ik: als dit kan… wat nog meer?”

Roos’ pad naar wildplukken begon niet tussen brandnetels, maar tussen foodtrucks. “Ik werkte op festivals, sinds ik vijftien was.” Ze kookte, serveerde uit en leefde in wat ze zelf omschrijft als een rondreizend circus. “Ik wilde als kind bij het circus, en dit was mijn circus.”

Toch verschoof haar aandacht langzaam van het bord naar de bron. Wat haar steeds meer fascineerde, was niet hoe iets smaakte, maar waar het vandaan kwam. Op reis wilde ze weten hoe rijst groeit, waar koffie vandaan komt en hoe vis wordt gevangen. “Dus ik ging ook vissen.”

Die nieuwsgierigheid kreeg richting tijdens haar studie plantenwetenschappen. Ze wilde begrijpen wat ze zag. Wat eerst één groene massa was, werd een verzameling individuen. “Niet meer één waas, maar losse planten.” Om al die soorten te onthouden, maakte ze het praktisch: ze onderzocht of ze eetbaar of bruikbaar waren. “Anders bleef het niet hangen.”

Een persoonlijk belangrijk moment kwam in Spanje, war ze als tiener in een caravan (niet van haar) een verweerd wildplukboek vond van Samuel Taher. Ze las over eikels, en dat ze eetbaar zijn. “Ik had m’n hele leven gedacht dat eikels giftig waren. Toen dacht ik: als dit kan… wat nog meer?”

“Vaak heb je mannen die meegaan omdat hun vrouw ze meeneemt. Die denken: ‘Oh god, slawandeling.”

Een wildplukwandeling bij de Kleine Aarde

Volgens Roos begint wildplukken bij veel mensen met angst. Niet met nieuwsgierigheid. Dat ziet ze bij veel wandelingen. “Afgelopen paddenstoelenseizoen hoorde ik vooral dat paddenstoelen giftig zijn bij aanraking. Maar er is letterlijk géén paddenstoel die giftig is bij aanraken.”

Ook de anderhalve-meter-regel duikt steevast op: dat je alleen boven die hoogte mag plukken vanwege vossenlintworm. Ze nuanceert dat beeld. Die parasiet komt slechts in specifieke regio’s voor, niet door heel Nederland. “In de meeste gebieden hoeft dat helemaal niet.”

Veel van dit soort regels, denkt ze, ontstaan uit bescherming die doorslaat in simplificatie. Het idee dat alle rode bessen giftig zijn, bijvoorbeeld. “Dat hoor je ook vaak. Is niet zo.” Angst wordt doorgegeven als algemene waarheid, terwijl de werkelijkheid genuanceerder is.

Naast angst zijn er vooroordelen. Dat alles uit de natuur naar sla smaakt, of “gewoon naar plant”. In de praktijk gebeurt volgens haar het tegenovergestelde: hoe vaker mensen wildplukken, hoe meer nuance ze in smaak ontdekken. Ze ziet het vooral bij deelnemers die sceptisch beginnen. “Vaak heb je mannen die meegaan omdat hun vrouw ze meeneemt. Die denken: ‘Oh god, slawandeling.’' Aan het einde zijn ze vaak degene die vragen waar ze dit thuis kunnen proberen.

“Wildplukken is voor mij een foodhack in het voedselsysteem.”

Voor Roos is wildplukken geen nostalgische hobby, maar een ingang tot een groter gesprek. Ze noemt het zelf een “foodhack in het voedselsysteem”: een manier om tijdelijk buiten het dominante systeem te stappen en anders te kijken.

Tegelijk is ze realistisch. “Als we in het huidige systeem ineens massaal gaan wildplukken, wordt het waarschijnlijk slecht voor de natuur.” Niet omdat wildplukken verkeerd is, maar omdat Nederland is ingericht op efficiëntie, distributie en asfalt, niet op eetbare landschappen. “We leven er niet meer in, niet meer met, niet meer samen.”

Roos haar wildplukkit

Wat wildplukken volgens haar wél kan doen, is je blik verschuiven. “Dat je anders naar je omgeving gaat kijken, en hem anders gaat inrichten.”

Ook beleid speelt daarin een rol. Ze ziet dat natuur vaak wordt behandeld als iets waar je buiten moet blijven: niet aanraken, op het pad blijven, afstand houden. Ze begrijpt de bescherming, maar plaatst er een kanttekening bij. “Ik denk niet dat we beter voor de natuur gaan zorgen als we er ver van af moeten blijven.”

Om die gedachte te testen, ging ze zelf een stap verder.

“Het was de Champions League voor wildplukkers.”

Roos at met The Wildbiome project één maand lang 100% wild uit Nederland. Geen supermarkt, geen aanvullingen. Alleen wat ze zelf vond of verzamelde.

De eerste motivatie was bewijsdrang. “Mensen vroegen me altijd: kun je 100% wild eten uit Nederland? Dan zei ik: volgens mij wel, maar eigenlijk had ik geen idee. Dus ik wilde het wel testen.”

De tweede motivatie was onderzoek. “Ik ben geïnteresseerd in darmflora en hoe eten je bacteriën beïnvloedt, en daarmee ook je mentale gezondheid. Het was een soort Champions League voor wildplukkers, maar ook echt voor onderzoek.”

De paper is nog niet af, maar wat eruit leek te komen leek bemoedigend. Haar bloedsuiker bleef stabiel, haar energieniveau gelijkmatig. “Stoelgang echt amazing,” zegt ze lachend. Ook mentaal voelde ze rust. Minder snelle koolhydraten, minder pieken. Maar alles kostte natuurlijk meer tijd: plukken, schoonmaken, koken.

“Je leeft trager. En dat maakte me heel gelukkig.”

Roos laat zevenblad zien, deze proeft een beetje zoals peterselie

“Dit is mijn supermarkt. Dit is mijn tuin. Blijf uit mijn buurt.”

Wie wildplukt, leert niet alleen over planten, maar ook over vervuiling. Over PFAS, uitstoot en zware metalen. “Er is gewoon een PFAS-kaart van het RIVM.” Wildplukken romantiseert niets; het maakt zichtbaar.

Zodra je je omgeving als voedselbron ziet, voelt vervuiling persoonlijk. “Als je nooit uit de natuur plukt, hoef je je geen zorgen te maken over PFAS. Maar als dit je supermarkt wordt, dan denk je: dit is mijn tuin. Blijf uit mijn buurt.” Het systeem wordt tastbaar, en daarmee ook je verantwoordelijkheid.

In 2019 deed Roos mee aan SFYN Academie. Ze noemt het inspirerend, maar ook confronterend. “Ik zat daar met mensen uit allerlei hoeken van het voedselsysteem, en ik was toen gewoon veel extremer. Alles moest lokaal, kort en wild.”

Juist die wrijving bracht nuance. Het voedselsysteem bleek complexer dan haar eerdere zwart-witbeeld. “Ik kan het niet in mijn eentje fixen.” Wat ze wél kan doen, is mensen naar buiten brengen, laten kijken, laten proeven.

Het netwerk bleek bovendien cruciaal voor haar onderneming. “De eerste vier jaar had ik nauwelijks klanten behalve SFYN. Vooral mensen van de academie geloofden erin en moedigden me aan: “Je moet hiermee doorgaan.” Dat heeft me echt geholpen.”

In een tijd waarin wildplukken nog als alternatief werd gezien, maakte dat verschil. Ze kon oefenen, jongeren betrekken en het netwerk gebruiken om haar wandelingen te laten groeien. “Zonder die steun was mijn onderneming waarschijnlijk nooit zo gegroeid.”

“Ik hoop dat mensen zich wilder voelen, van binnen en van buiten.”

Haar werk bij Roos van Kroos groeit inmiddels uit tot een platform met jonge begeleiders, nieuwe wandelingen en verdiepende jaarcursussen, waaronder experimenten met 100% wild eten. Op langere termijn werkt ze toe naar een zorgtuin waar voedsel, grond en gemeenschap samenkomen.

Wie meer van Roos wil leren, kan haar op instagram volgen of deelnemen aan Wildpluk Academie die maart dit jaar start.

Lees het SFYN portret van sommelier Robin van der Sluis-Lewis

Download PDF

Feb 18, 2026 11:32 PM